Meten voor ontwikkeling

Hoe meet je op zo’n manier dat het de ontwikkeling stimuleert?

En hoe zorg je ervoor dat mensen er bij stil staan of ze hun competenties wel inzetten in hun dagelijkse leven? En daarna de resultaten gaan bespreken met een docent, coach of collega? En hoe kan het meten er voor zorgen dat ze de competenties in hun eigen leven gaan ontwikkelen?

Wat zijn dat ook al weer, competenties?

Competentie = je weet hoe je iets moet doen, je kunt het doen en je wilt het ook.

Oftwel, een competentie bestaat uit 3 onderdelen:

  1. Kennis
  2. Vaardigheden
  3. Houding

Verschillende soorten vragen

Tijdens trainingen laten we vaak verschillende soorten vragen langs komen, allemaal met als voorbeeld onderwerp ‘complimenten geven’. Bij deze een stukje van de quiz en de uitleg over de verschillende manieren van meten:

Welke vraag stimuleert je ontwikkeling het meest?
A. Ben je iemand die complimenten geeft?”
B. Weet je hoe je complimenten geeft? ”
C. Kun je complimenten geven?”
D. Gaf je complimenten in de afgelopen week?”

Dit is waarom D. de ‘meten voor ontwikkeling’ vraag is: Door deze vraag kijk je naar je gedrag. Naar wat je deed, of juist niet deed. Het laat je nadenken over of je je kennis en vaardigheden hebt ingezet. Door daar bij stil te staan begint je ontwikkeling al. En je kunt besluiten het de komende week vaker te doen. Hoe vaker je iets doet, hoe makkelijker het zal gaan.

De andere vragen helpen je naar jezelf te kijken, maar zijn minder goed voor het stimuleren van je ontwikkeling:

De vraag “A. Ben je iemand die complimenten geeft?” zorgt ervoor dat je naar je persoonlijkheid gaat kijken. Dergelijke vragen zitten vaak in persoonlijkheidstesten. Ze zijn bedoeld voor inzicht maar niet voor verbetering van jezelf. Dit is hoe ik ben, dat is nou eenmaal zo.

De vraag “B. Weet je hoe complimenten geeft?” laat je nadenken over je kennis. Dit soort theorievragen krijg je vaak bij een test of toets. Maar kennisvragen over gedrag helpen je meestal niet verder. Iets weten is nog niet iets doen.

De vraag “C. Kun je complimenten geven?” laat je nadenken over je vaardigheden. Die vaardigheden worden vaak geoefend bij trainingen. Vaardigheden worden pas nuttig als je ze ook in je eigen leven toepast.

Vandaar dat we ook iedereen aanraden voor de komende dag:
Geef iedereen die je tegenkomt een welgemeend compliment. En dan liefst een compliment over wat iemand doet. Dan help je die persoon ook met ontwikkelen!

Zelfsturend leren - veel voorkomende profielen

De vragenlijst Zelfsturend leren bestaat ook uit stellingen die meten voor ontwikkeling.  Het zijn stellingen die vragen naar gedrag: ‘Nam jij de verantwoordelijkheid voor je eigen leren in de afgelopen week?’

De stellingen zetten leerlingen aan tot verandering, namelijk:

  • nadenken over hoe goed je hebt geleerd afgelopen week.
  • Wat je zelf kunt doen aan zelfsturend leren.
  • Bekijken wat er goed ging en wat er beter kan.

Bij Leerbaas hebben we veel data verzameld over de uitkomsten van de vragenlijst Zelfsturend leren. Deze data is geanalyseerd in wetenschappelijk onderzoek en heeft geleid tot acht prototypische profielen. Wellicht ten overvloede: deze profielen passen bij het meten voor ontwikkeling. Ze zeggen iets over het gedrag van leerlingen in de afgelopen week.

Hieronder zullen we acht prototypische profielen bespreken.

Zelfsturenden

Dit profiel laat een leerling zien die over het geheel een gemiddelde score geeft en een klein beetje boven gemiddeld zit wat betreft Eigen regie en Leerstrategieën gebruiken. De gemiddeldes in deze groep liggen op 60% en hoger wat betekent dat leerlingen met dit profiel gemiddeld zelfsturend zijn en in staat zouden moeten zijn sturing te geven aan hun eigen leerproces.

Zeer Zelfsturenden

Leerlingen in dit profiel scoren op alle constructen (ruim) boven gemiddeld. Het valt op dat de score op Leerstrategieën, die vaak wat lager gescoord wordt, hier ook hoog is. Leerlingen met dit profiel zijn zeer zelfsturend en zouden zonder meer sturing moeten kunnen geven aan hun eigen leerproces.

Minder Zelfsturenden

Leerlingen in dit profiel scoren op alle constructen lager dan het gemiddelde.
De score op Leerstrategieën is de laagste van allemaal. Tegelijkertijd zitten er geen extreem lage scores tussen. Dat betekent dat deze leerlingen minder zelfsturend zijn, maar deze competenties wel in enige mate beheersen.

Ad hoc werkers

Leerlingen met dit profiel geven voor de meeste competenties een gemiddelde of zelf enigszins boven gemiddelde score. Er zit alleen een lage score bij de competentie Leerstrategieën gebruiken. Dat betekent dat ze over het algemeen behoorlijk zelfsturend zijn, maar onvoldoende aandacht geven aan doelen stellen, plannen, monitoren en het bijsturen van een planning. Ze werken voor een deadline van een opdracht of een toets, maar niet gestructureerd door de weken heen. Afhankelijk van de cognitieve vermogens van de leerling in relatie tot wat er van hem of haar gevraagd wordt kan dit een probleem zijn. Leerlingen die moeite hebben om de lesstof en hun opdrachten te overzien, zullen met dit profiel minder goede resultaten behalen. Zij zijn niet in staat om het werk op het laatste moment nog even af te maken; de tijd is dan te kort. Leerlingen die de lesstof makkelijker vinden, kunnen met deze aanpak wel goede resultaten behalen. Zij kunnen wel later in hun schoolloopbaan, als er meer van ze gevraagd wordt, toch in de problemen komen. Een typisch voorbeeld hiervan vindt plaats in 4VWO. Waar leerlingen tot en met de derde klas in staat zijn om een toets de dag van tevoren te leren, wordt er vanaf de vierde klas meer lesstof tegelijk gevraagd, met meer inzicht. Dan zal je toch echt eerder moeten beginnen. Vaak is het voor alle betrokkenen een verrassing dat bepaalde leerlingen, die het altijd goed gedaan hebben, in de vierde klas vastlopen. Dit prototypische profiel zou dus altijd een aandachtspunt moeten zijn, ook al zijn de resultaten van de leerling goed.

Kat uit de boom kijkers

Leerlingen met dit profiel laten over het geheel eigenlijk heel gemiddelde scores zien op bijna alle competenties. Het valt op dat de score bij Eigen Regie nemen (veel) lager is. Dit kan er op wijzen dat de leerling vooral goed doet wat er van hem of haar verwacht wordt, maar minder initiatief neemt ten aanzien van het eigen leerproces. De oorzaak hiervoor kan bij henzelf liggen, maar ook een reactie zijn op een omgeving die weinig ruimte geeft om zelf initiatief te nemen. Ook de iets lagere score bij Samenwerkend Leren wijst in die richting: de leerling zoekt minder vaak dan anderen klasgenoten of docenten op om iets te vragen of om een ander te helpen. Een nadeel hiervan is dat leerlingen daarmee afhankelijker zijn van aansturing van anderen en ook minder snel met nieuwe uitwerkingen of werkvormen zullen komen. Zij zijn minder in staat om vanuit zichzelf te blijven leren.

Extern ondersteund

Wat opvalt in het bovenstaande profiel is dat de score op Leerstrategieën hoger ligt dan het gemiddelde, terwijl de score op Eigen Regie lager dan het gemiddelde is. Uit navraag bij eerder onderzoek, blijkt deze combinatie veel voor te komen bij leerlingen die buiten school extra ondersteund worden om hun schoolwerk goed te doen. Dat kan begeleiding en sturing van ouders zijn, maar ook huiswerkbegeleiding bij een extern instituut. Ook zijn we situaties tegengekomen waar leerlingen op school extra met hun planning geholpen werden. In dit geval is het Vertrouwen in Eigen Kunnen laag, dat kan een oorzaak zijn, waardoor extra begeleiding gegeven wordt. Maar het kan ook een gevolg zijn: als de Regie voor het leren bij anderen komt te liggen, kan dat de leerling het gevoel geven dat hij of zij ‘het niet kan’. Wanneer een leerling niet in staat is om zelfstandig sturing aan zijn of haar schoolwerk te geven, kan het goed zijn om dat extern op te pakken. Het doel zou dan wel moeten zijn om de leerling te begeleiden naar een grotere zelfstandigheid. Als de leerling het zelf eigenlijk goed aan kan, is het beter om een stapje terug te doen en de leerling de kans te geven om zelf te ervaren dat hij of zij dit kan. Hiervoor zijn de resultaten van de leerling een belangrijke indicator.

Onzekeren

Wat het meest opvalt bij het bovenstaande profiel is de lage score bij Vertrouwen in Eigen Kunnen. Deze leerling is onzeker van de eigen mogelijkheden en twijfelt eraan of hij of zij het werk aan kan. Leerlingen met een dergelijk profiel kunnen faalangstig zijn. Juist de combinatie met een bovengemiddelde Motivatie versterkt het gevoel dat deze leerlingen zich wel inzetten, maar er niet op vertrouwen dat dit ook het gewenste resultaat heeft. De lage score op Leerstrategieën kan een oorzaak van eventuele lage resultaten zijn: als een leerling te laat begint (zie profiel Ad Hoc werker) kan dat gevolgen hebben voor de prestaties. Dit kan dan vervolgens het Vertrouwen beïnvloeden.

Pas op! Problemen

Er is een erg klein percentage leerlingen (minder dan 1%) dat een extreem lage score op alle constructen geeft. In deze gevallen is er zeer waarschijnlijk meer aan de hand dan alleen slechte prestaties op school. In eerder onderzoek hebben we gezien dat dit leerlingen zijn met een psychische stoornis, zware motivatie problemen of problemen in de privésfeer. In dit soort gevallen is het daarom beter om eerst in kaart te brengen wat er eigenlijk allemaal speelt in het leven van deze leerling. Vervolgens kan bekeken worden wat de beste eerstvolgende stap is. Begeleiding en ondersteuning op het gebied van Zelfsturend Leren is dan meestal niet de eerste stap.

Login